Logo Utrecht University

Philosophy of the Arts

Nieuws

Don’t push. Het internet is schijn.

Ik ben een early adapter als het om digitale zaken gaat. Al tijdens mijn studie werkte ik op de Commodore 64, en met MS-DOS computers. Toen de MacIntosh uit kwam, kocht ik er een en toen Jobs de Next ontwikkelde, verdiepte ik me in dat systeem. Toen Jobs terugkwam en OSX introduceerde was ik geshockeerd—dat hij het zomaar aandurfde om systeem 9 overboord te zetten en alle software op een andere basis te funderen. Maar ik ging mee en verdiepte me in Unix en de Terminal.

Toen de eerste voorzichtige stappen met internet gezet werden, was ik er bij. Ik schreef mijn websites zelf, doe dat nog steeds; ik ken de html-talen die W3C uitzette en volgde hun ontwikkeling; stapte over op CSS, codeer nu in HTML5 en CSS3, enz.

Zo zette ik ook een RSS feed op, later dit weblog, en haalde via mijn RSS-client feeds van andere sites binnen. En ik had ook een notification centre, dat mij meldinkjes stuurde, eerst auditief en visueel, later alleen nog visueel, van al wat er maar binnen kwam.

Dat notification centre echter was voor mij een sleutelmoment: het ging irriteren, want waar ik ook mee bezig was, mijn aandacht werd erheen getrokken. Ik zette het uit. Het staat nog steeds uit, ook op mijn iPhone. En ik zou het niet anders willen, nooit!

Ik zit op FaceBook, al vrij lang, en op Twitter en WhatsApp, maar SnapChat heb ik aan me voorbij laten gaan omdat de urgentie daarin ingebakken zit. Die urgentie stoort.

Misschien zijn dat de twee elementen van het internet: wat je ervan af kunt halen en eraan bij kunt dragen enerzijds, en anderzijds wat ervan ongevraagd via push-notifications in jouw eigen leven binnendringt.

We hoeven volgens mij niet alles te accepteren wat online mogelijk is.
De echte wereld zie je om je heen.