Logo Utrecht University

Philosophy of the Arts

Filosofie van de kunsten (esthetica)

pornografie en kunst?

Ik kreeg van Erwin, een student, een helder voorbeeld van een filmpje dat zowel in de kunstpraktijk als in die van de pornografie figureert maar nochtans niet om die reden zowel kunst als pornografie is!

"Het gaat om de film Ken Park, van Larry Clark. De film zit vol met zeer expliciete seksscènes van jongeren. Het flinterdunne themaatje is: verstoord seksueel gedrag onder jongeren in geïsoleerde dorpen in de Midwest. Maar hier komt het interessante. Ik ging de titel van de film Googlen in combinatie met het woord pornografie, en wat blijkt, er verschijnen talloze pornosites die de seksscènes van Ken Park aanbieden, als porno dus."
Ik denk dat het zelfde filmpje (objectief beschouwd, dus opgevat als die en die opeenvolging van beeldjes, los van wat mensen er verder mee doen) dan weer kunst is en dan weer pornografie, maar niet beide tegelijk. De vraag is of een van de beide praktijken het laatste woord heeft.

In de kunstpraktijk is het dan bij voorbeeld ingewikkeld om naar het filmpje te kijken omdat je je afvraagt waarin het artistieke gelegen is en hoe je het filmpje niet als pornografie moet bekijken. Op de pornosites komen dat soort vragen niet bij je op.
Maar misschien willen we juist betogen dat het adequaat functioneert op de porno-sites, maar niet in de kunstpraktijk?

Deken of kunstwerk?

Een op het eerste gezicht minder gecompliceerd, want minder beladen, voorbeeld waarmee duidelijk kan worden hoe onverenigbaar praktijken kunnen zijn in hun volledige samenhang—waaronder ik versta dat in een praktijk handelingen, intenties, effecten, producten, omstandigheden alle via ingewikkelde feed-back mechanismen op elkaar betrokken zijn—is het volgende:

Een man gebruikt de Nachtwacht (het echte doek!) als een deken op zijn bed. Iedere ochtend dekt hij zijn bed netjes op en ‘s-avonds kruipt hij er onder; in de winter legt hij er een extra deken op. In de praktijk van zijn slapen is het een deken en geen kunstwerk.

Als het doek opgepakt en in een museum, of zelfs maar bij de man thuis, aan de muur opgehangen wordt fungeert het echter weer als kunstwerk. Het is daarmee weer kunstwerk.

We willen natuurlijk wel zeggen dat het doek als deken beperkt gebruikt wordt omdat het veel potentie heeft als kunstwerk en weinig als deken; of: we willen zeggen dat de man zich vergist en dat het doek geen deken IS. Of: dat hij het als een deken gebruikt is als handelwijze wel mogelijk maar ongepast met een focaal object uit de kunstpraktijk.

Wat we kunnen concluderen is dat het het geheel is van objecten, intenties, handelingen, enz. in hun onderlinge samenhang wat de normen van correctheid genereert waarmee we besluiten wat voor soort object iets is, een deken of een kunstwerk; pornografie of kunst. Bij de Nachtwacht is de inzet erg hoog en lijkt het hooglijk gepast om te zeggen dat de man ernaast zit en dat het feit dat hij eronder slaapt er geen deken van maakt.

Semantische macht?

De “inzet is erg hoog”, wat betekent dat? De prijs van de Nachtwacht? Nee, ik bedoel: het werk is focaal voor de kunstpraktijk, de kunstpraktijk is wat dit soort doeken betreft (en zeker wat dit doek betreft) volstrekt helder in zijn vereisten aan de omgang ermee. De kunstpraktijk wint met groot gemak van de slaappraktijk van deze ene man. Kunnen we dat de semantische macht van de ene praktijk over een andere noemen?
Maar in de kunstpraktijk is het, zeker de laatste decennia, een goede gewoonte om juist allerlei focale objecten uit heel andere praktijken tot kunst te verheffen. Kunstenaars als Bik en van de Pol hebben een werkende keuken als kunstwerk tentoongesteld; Rikrit Tiravanija heeft zelfs “lekker koken voor het kunstpubliek” tot kunst verheven. (Denk in dit verband aan Relational Art, de documentaire van Ben Lewis), en uiteraard, aan pornografie in de kunst.

Loopt de theorie (de mijne) weer eens achter de ontwikkelingen aan? (wordt vervolgd)