Logo Utrecht University

Philosophy of the Arts

authenticiteit

Losse Opmerkingen over Vervalsing

De claim “Omdat we het verschil tussen een echt en een vals schilderij niet zien, is het esthetisch irrelevant” (Lessing) maakt misbruik van een ambiguïteit.

De claim onder deze stelling is deze: ‘Esthetisch’ betekent ‘waarneembaar’ en wat niet waarneembaar is is dus ook niet esthetisch relevant.
1. Waarneming is inderdaad een noodzakelijke voorwaarde voor esthetische waardering van een kunstwerk, maar 2. Waarneming is geen voldoende voorwaarde voor esthetische waardering van een kunstwerk.
Naast waarneming is veel meer nodig, en daartoe kan behoren: inzicht in de kunstgeschiedenis; je thuis voelen in een bepaald tijdsgewricht (je eigen, of dat van de kunstenaar); bekendheid met ander werk van de schilder, en met de manier waarop hij daar met zijn materiaal is omgegaan, zijn stijl, enz.

De claim appelleert aan een wijd-verbreid inzicht: “kennis alleen volstaat niet voor een (waarachtige) esthetische waardering van een kunstwerk”.
Een betere manier om hier mee om te gaan is: te eisen dat men zijn best doet om wat men ook aan een werk toeschrijft in dat werk zelf terug te vinden.

Weten dat een werk een vervalsing is ontslaat iemand er eerder van om dit advies nog serieus op te volgen, omdat iedere streep op het doek er om twee totaal onvergelijkbare redenen zit: de reden die de oorspronkelijke schilder had, vermengd (d.w.z. gecorrumpeerd) door de reden die de vervalser had om hem daar te zetten: “omdat hij op dat andere doek zit”.

Aanname van deze conceptie van esthetische waardering van kunst: een werk toont sporen van de uitvoering die tot het object heeft geleid. (Hierover hebben Dutton en Wollheim het).

“Je kunt een vervalsing ook esthetisch waarderen.”

Natuurlijk kan dat: in het licht van de vraag of het copiëren goed gedaan is. En is dat een esthetische waardering van een kunstwerk? Let wel: we kunnen ook een boom op straat esthetisch waarderen. Esthetische waardering valt altijd binnen een of andere categorie, waarmee we bedoelen: er worden altijd zeer bepaalde dingen aan het esthetische object toegeschreven.
Je geniet van de schoonheid van een boom in het licht van zijn biologische groeimechanismen—niet om te beschouwen of zijn maker (God?) het goed heeft gedaan, of bepaalde intenties heeft weten te realiseren in deze ene boom, beter dan in die daar.

“Soms weet je niet eens wie de schilder was, dus wat maakt dat uit?”

Hier kan ik in meegaan, onder dit voorbehoud: in een minst ingevulde zin zul je een schilderij hoe dan ook ervaren als geschilderd door een geïmpliceerde maker: je ziet de vlekken op het doek als daar geplaatst door iemand. (En je bent van nature (?) geneigd te denken dat alle vlekken er door hetzelfde kunstenaarslichaam geplaatst zijn).
Tot zover het geval waarbij je niet weet om welke schilder het gaat—maar je neemt wel aan dat het een schilder was in de zin van iemand die zelf de voorstelling op het doek heeft gekwast.

En vergeet niet: ook als je weet dat Rembrandt het doek dat je voor je ziet schilderde en je dus de plaatsing van de vlekken aan hem toeschrijft, is “Rembrandt” een constructie van wat dit schilderij je aan hem doet toeschrijven—aardige bijkomstigheid is natuurlijk dat je meer van deze schilder gezien hebt en daarom geïnformeerder toeschrijft: je specificeert de geïmpliceerde maker op een geïnformeerdere manier.

“Het maakt niet uit wie een schilderij schilderde.”

Dit is een sterkere claim: ze klopt niet. Je zou kunnen denken dat het wel klopt, omdat we hoe dan ook een kunstenaar construeren op grond van wat we op het doek zien—maar vergeet niet dat we hierbij realist moeten zijn: die kunstenaar is een echte persoon geweest.
Het maakt veel uit of Mondriaan of Picasso de Broadway Boogie Woogie schilderde, immers: als het Picasso was dan kunnen we het doek helemaal niet begrijpen, ook al ziet het er hetzelfde uit.

twee op het oog identieke schilderijen

Je staat tegenover twee op het oog identieke schilderijen en weet dan al (omdat je weet hoe schilderijen gemaakt worden, nl. een voor een) dat een van de twee een vervalsing is: je weet dat een van de twee gemaakt is door iemand die met verf en een leeg canvas geworsteld heeft en het andere door iemand die streep voor streep een reeds bestaand werk heeft nageschilderd. Maar je weet niet welk. Je zult dus hoe dan ook niet blind gaan geloven dat de werken allebei symptoom van dezelfde worsteling zijn. Waarschijnlijker is dat je “de 7 verschillen” gaat zoeken. Je esthetische waardering is dus wel degelijk anders door deze kennis.

Kunst is kwetsbaar

Dan is er het geval van de verkeerde toeschrijving: een schilderij wordt aan Rembrandt toegeschreven, maar was van zijn leerling Fabritius. Dit maakt uiteraard verschil.
Het is alsof je altijd gedacht hebt dat dat meisje daar een dochter was van je oudste zus, en je er achter komt dat dat niet zo is. Natuurlijk is dit een analogie-redenering, maar ze is sterk: ik geloof werkelijk dat de kwetsbaarheid van kunst te vergelijken is met die van gelaatsexpressie!

Dat we niet onmiddellijk zien dat we ons vergissen neemt niet weg dat het voor ons van het grootst mogelijke belang is te weten of iets een vervalsing is of niet.

Verwijzingen

— Dutton, Denis. 2008. “Artistic Crimes.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 102–14. London: Routledge.
— Lessing, Alfred. 2008. “What is Wrong with a Forgery?” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 89–101. London: Routledge.
— Wollheim, Richard. 1993. “Pictorial Style: Two Views.” In The Mind and its Depths, 159-170. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

You must be logged in to post a comment.